Skippy Tour 2006Onder leiding van Marjan Zaadnoordijk naar Australië Een reisverslag van Jan Veldtfoto's Zondag 29 januari vlogen we met 25 personen via Maleisië naar Melbourne, waar we de volgende dag op gehuurde mountainbikes onder leiding van een plaatselijke gids een interessante excursie kregen. Zo fietsten we door de oude wijken in Engelse stijl, afgewisseld met de moderne architectuur, die zelfs ik mooi vond. Ook het gigantische honkbalstadion en het beroemde tenniscomplex van de Melbourne Open kreeg de aandacht. Heel leuk was het bezoek in de haven, waar de boten lagen van de Volvo Ocean race. Een bezoekje bij ABN-AMRO werd ook niet overgeslagen. De volgende dag vlogen we naar het eiland Tasmanië, naar de plaats Hobart. Hier begon onze Skippy Tour. Even een beetje zoeken om de stad uit te komen, maar al snel konden we genieten van moedernatuur. Het was wel even wennen, lang niet gefietst, links rijden, grote vrachtwagens o.a. Mack en Kenwords. Na deze etappe hadden we een verrassende overnachting in een tiental Engelse museumhuisjes. Het leek wel of de mensen er zo uitgelopen waren, niet alleen de boekenkast stond vol ook de speelgoedkist was rijkelijk gevuld. Vijf dagen lang reden we door dit groene zeer heuvelachtige, nee bergachtige landschap, want soms was 15% niet te veel gezegd. Op de route waren viewpoints die echt de moeite waard waren, of diverse wandelingen. Bij één wandeling waande je je in het tropische oerwoud met een schitterende waterval. Behalve pittige klimmen en goede wegen in dit groene land (ik wist niet dat er zoveel verschillende kleuren groen zijn), konden we ook genieten van het dierenrijk, mooi vee, git zwarte koeien, bonte koeien, schapen, grote groen-gele egels, een enkele walibi, witte papagaaien en veel kleurige vogels. De zwaarste etappe was van Queenstown naar Cradle Mountain. Vlakbij Queenstown, vroeger een goudmijn stad, hebben we nog de resten van een goudmijn bekeken. We verbaasden ons hier over de prachtige kleuren van de uitgehakte steenlagen. Pinquïn parade Op weg naar Cradle Mountain moesten we heel wat hindernissen nemen, zoals stevige lange klimmen tot 14%, temperaturen boven de 35 graden en veel wind. Als je van de fiets ging zoemde een ware vliegenzwerm rond het zwetende lijf. Ook moest er veel zonnebrand gesmeerd worden tegen de felle zon en de zeer dunne ozon laag. Maar 's avonds was iedereen weer present met de fiets of de volgbus. Hier in Cradle Mountain sliepen we in een vakantiepark, waar veel makke vogels en andere dieren ons wakker hielden en Arde Hofmans zijn fietstas door hen werd leeg geroofd. De volgende dag veranderde het landschap; wat meer agrarisch, lange akkers met groente, graan en velden met papavers. Deze velden werden afgeschermd met hekwerk met de borden Danger. Het eindpunt van deze dag was op de Ferryboot waar we de nacht doorbrachten en met een opkomende zon Melbourne binnen voeren. Deze dag waren we weer stadstoeristen en in de namiddag gingen we per bus naar Philip Island waar tegen zonsondergang de pinguïns aan land gaan om 's nachts in het duin te overnachten, de beroemde 'Pinguïn Parade'. Kangoeroes Onze fietstocht ging verder via de Great Ocean Road richting Canberra. Hier kwamen we de eerste kangoeroes tegen die een schutkleur hebben op de verdroogde grasvlaktes. De Ocean Road zorgde voor veel oponthoud, steeds ging men van de fiets af om naar de enorm krachtige branding tussen de rotsblokken te kijken. De mooiste bezienswaardigheden waren de 12 apostelen (nu nog negen) en de Londen Bridge. Met Ton Nelis, inmiddels mijn vaste fietsmaat, en Jan Ettema maakte we nog een helikoptervlucht boven de rotsrijke kust. Na enkele dagen Ocean Road reden we meer naar het binnenland. Hier was veel veeteelt en enorm grote melktankwagens reden op onze route. Onderweg stopte ik bij een boer om zijn melkstal te bekijken. Hier was plaats om 2 x 24 koeien tegelijk te melken. Even later kwam de boerin met haar zoon op een quad aan scheuren en raakten we aan de praat. De 10e etappe was een 400km busrit door een kale prairieachtige vlakte. Met zijn drieën besloten we 's morgens vroeg 120 km te fietsen. Samen met Ton en Willem Borst reden we in pittig tempo naar Ballarat. Onderweg was alleen in een klein postkantoor wat te krijgen. Onder het genot van een krassend deuntje muziek uit een oude pathefoon, dronken we koffie met een sandwich. Gelijk met de bus die een koffiestop hield, kwamen we aan in Ballarat om samen nog 280 km te bussen. De volgende dag was het weer genieten via een mooi fietspad op een voormalige spoorlijn tussen de bomen naar Beechworth. Hier staat de nationale bekendheid de bakkerij van Tom o Toole, waar de hele groep ook gebruik van maakte. Zo stiekem weg werd het al meer klimmen vooral de dag naar Thredbo. De mooiste en zwaarste etappe. Samen met Ton rijd ik nu de 13e etappe. Het is meteen stevig klimmen en er wordt weinig gepraat, de ogen gericht op de mooie natuur en de ademhaling in het ritme van mijn traptempo op mijn lichtste verzet. Ton is uit het zicht als ik omkijk, die rijdt zijn eigen tempo. De zoveelste top is bereikt en het is remmen geblazen en uitkijken, en ja hoor in de stijl van Rini Wagtmans suist Ton mij voorbij. Na 26 km is het al opsteken. Dit is de enige plaats, "Khancebon" genoemd, waar wat is te krijgen. Terwijl we de koffie met wat lekkers nuttigen komen meer mensen van onze groep naar binnen en het wordt weer gezellig. Er staat weer een zware klim voor ons en weer is het ieder voor zich. Deze klim duurt erg lang. Ik stop bij een riviertje om extra te genieten van dit stukje natuur gewapend met mijn camera. Ton is nog niet gearriveerd, maar ik besluit verder te gaan. Aan de bossen kan ik zien dat hier behoorlijke branden zijn geweest, veel zwart geblakerde bomen staan er tussen het nieuwe groen. Een bord geeft aan dat rechtsaf naar een viewpoint leid, dus ga ik even van de route. Na 10 minuten zwaar klimmen krijg ik waar voor mijn arbeid ‘wat een wijds uitzicht alsof ik vanuit de wolken kijk’. Ik vervolg mijn weg op de route en blijf maar afdalen. Ik twijfel, zit ik wel goed? Geen bord, geen fietsers, ik stop en na circa 10 minuten wachten kan ik een auto aanhouden om te vragen of ik goed zit. Hé, gelukkig en zet mijn daling voort en gelijk zoeft Kees Hoekstra mij voorbij. "Jan, ik stop er beneden mee" roept hij. We zitten weer op 400 meter terwijl we tot 1200 meter geklommen hadden. De volgbus rijdt me voorbij, pikt Kees op en rijdt nog 5 km door om voor ons een picknick te regelen. Weer ben ik aan het klimmen tussen de eucalyptus bomen, hier moeten koala’s zitten en weer zie ik ze niet. Wel zie ik de bus op een overkapte picknickplaats. Ton zit lekker een banaan te eten en kijkt raar op dat ik eraan kom en roept: "Je zat toch voor me”?We gaan weer op de pedalen richting Dead Horse Gap, het hoogste punt van de tocht. Het wordt weer kaler, de weg is geflankeerd met sneeuwstokken, af en toe is het zo steil dat je het voorwiel van het asfalt trekt. Zuinig zijn met het laatste water denk ik, want vanaf de picknick heb ik al bijna 2 bidons leeg en ik blijf maar klimmen. Toet-toet, daar is de bus "Moet je nog water, Jan"? roept Trudy. "Graag", roep ik en de bidon wordt gevuld met water dat de buitentemperatuur heeft van 35 graden. Vrolijk aangespoord door de mensen in de bus die het voor vandaag voor gezien houden, klim ik naar de top op 1582 meter, het dak van de Australië tour, waarna ik me rustig laat afzakken naar Thredbo, een wintersport plaats. Deze dag overbruggen we 2795 hoogte meters in 103 km. De volgende dagen was het parkoers een stuk makkelijker, toch waren er weer venijnige klimmen, maar niet meer zo lang. Ook werd ik nog verrast door een koppel kangoeroes. Ton en ik kozen voor een gravelweg langs een groot stuwmeer, hier moesten we enkele hindernissen nemen, maar van een brug die we over moesten stonden alleen de pilaren nog in het water. Dus omkeren en terug rijden, dat was na een lekke band dubbel pech, maar we konden er hartelijk om lachen. Het laatste stuk naar de hoofdstad Canberra was wel even zoeken, maar ook dat lukte. In Canberra waren we de volgende dag weer stadstoerist, zo bezochten we de fontein die 140 meter hoog spuit, het Australia War Memorial en het regeringsgebouw Capital Hill. Richting Sidney De laatste vier etappes gingen richting Sydney. Ook hier werden we weer verrast door moedernatuur. Op het eind van onze langste etappe (153 km) reden we door de Blue Mountains, wel moesten we twee keer een flink stuk weg met zeer grove gravel nemen, wat met afdalen nog wat problemen gaf. Nog een hele dag reden we door de Blue Mountains. Bij de plaats Katoomba bezochten we Echo Point, hier is een mooi uitzicht op de Blue Mountains en de Three Sisters, 3 grillige rotsblokken dicht bij elkaar. De 19e en laatste etappe ging naar Sydney. De helft van de groep hield het voor gezien en nam de trein naar de ferry in Paramatta, maar wij gingen toch met de fiets. We zochten een route om de drukke Highway te vermijden en boven verwachting was dit een heel mooi traject. Wel besloten we om als groep te blijven rijden, wat we nog niet eerder hadden gedaan. Het laatste stuk met de ferryboot gaf ons een mooie binnenkomst. Van ver zag je de skyline van Sydney en het olympische dorp. Met een mooi zicht op het wereldberoemde Opera House en de legendarische Harbour Bridge, waar we onderdoor voeren, bereikten we ons eindpunt. Het was een prachtige fietsvakantie met weinig pech: 2 kapotte velgen en hooguit 10 lekke banden (waarvan 3 van Ton). Een heel leuke groep en aan Siep de Witte had ik een prima slapie. Terugreis Na een dag bezoek aan Sydney, o.a. prachtige parken, Harbour Bridge, Harbour haven, Sydney Aquarium, Opera House en Sydney Tower, was er in de avond een afscheidsdiner op het cruiseschip van Captain Cook. Een heel gezellige avond met zicht op de verlichte stad en haven. De volgende dag fietsen in de dozen plaatsen, dat niet meeviel, omdat deze dozen kleiner waren als op de heenweg. Dus moesten de fietsen worden gedemonteerd. Na een terugreis van precies 28 uur stonden we weer op Schiphol en verruilden we de zomer weer voor de winter, dat duidelijk te merken was. Met dank aan Marjan Zaadnoordijk en Le Champion ben ik weer een ervaring rijker.
|

